Linuxrc

linuxrc is een programma dat in het opstartstadium van de kernel draait vóór het eigenlijke opstartproces. Dit maakt het mogelijk om een kleine modulaire kernel op te starten en enkele stuurprogramma's die echt als modules nodig zijn te laden. linuxrc helpt u bij het handmatig laden van relevante stuurprogramma's. Echter, de automatische hardwaredetectie van YaST is normaliter erg betrouwbaar, u zult het programma dus niet snel nodig hebben. Het gebruik van linuxrc is niet beperkt tot de installatie. U kunt het ook gebruiken als opstartprogramma voor een geïnstalleerd systeem en zelfs voor een onafhankelijk RAM-disk-gebaseerd reddingssysteem.

Inhoud

Parameters doorgeven

Linuxrc accepteert paremeters op verschillende manieren. De meeste parameters kunnen worden doorgegeven via de commandoregel of een configuratiebestand. Sommige parameters kunnen ook via DHCP worden doorgegeven.

Commandoregel

Linuxrc accepteert parameters op de commandoregel met of zonder voorafgaande koppelstreepjes. Wanneer linuxrc als init wordt gedraaid (normaliter het geval als het in productie wordt gebruikt) ontvangt het de parameters van de kernel. De kernel geeft namelijk alle parameters die ze ontvang en niet begrijpt door aan het init-proces (in dit geval linuxrc).

Configuratiebestand

Linuxrc zal standaard parameters lezen uit het bestand install.inf op de installatiebron. U kunt met parameter Info linuxrc opdragen een ander bestand in te lezen. Deze parameter kan alleen via de commandoregel worden doorgegeven.

DHCP

Linuxrc accepteert bepaalde IP-netwerkparameters via DHCP.

Standaard parameters

Deze parameters kunnen op de commandoregel worden gebruikt bij het starten van linuxrc. Normaliter doet u dat door ze toe te voegen aan de kernelcommandoregel in de bootloader. Deze parameters worden aan linuxrc doorgegeven als hij als init draait. Het maakt niet uit of u ze met hoofd- of kleine letters schrijft. Onderstreepjes kunt u ook overal in de parameter-naam gebruiken.

Voorbeelden:

 Start_Shell=1
 startshell=1
 StaRTsHEll=1
 S_T_A_R_T__S_H_E_L_L=1

U kunt de meeste van deze parameters vinden in het bestand /etc/install.inf op het geïnstalleerde systeem. Dit is inclusief de standaardwaarden die niet zijn ingesteld maar wel worden gebruikt.

Parameter Beschrijving
Aborted
AddSwap

Probeert een swap-partitie te activeren. Als u dit op 0 zet zal het systeem niet proberen een swap-partitie te activeren. Een positief getal zal de partitie die overeenkomt met het getal activeren als swap-partitie. Bij een negatief getal zal linuxrc een dialoog weergeven waarin de swap-partitie kan worden geselecteerd. U kunt ook de volledige apparaatnaam van een partitie opgeven.

Voorbeeld:

 AddSwap=/dev/sda2
 # '/dev/' is optioneel
 AddSwap=sda2
 # 5e swap-partitie
 AddSwap=5
 # nooit om swap vragen (zelfs als dat wel een goed idee kan zijn)
 AddSwap=0
 # interactief
 AddSwap=-1
Alias
AutoYaST

Deze parameter kan worden gebruikt om een automatische installatie te starten die gebruik maakt van AutoYaST. De waarde dient een URL-adres te zijn dat verwijst naar een AutoYaST-installatieprofiel. Zie parameter Installation voor mogelijke opmaken.

Voorbeeld:

 AutoYast=ftp://autoyast_profiel.xml
BootDisk
BootFile
BOOTIMAGE
BOOTPTimeout

Timeout voor BOOTP-verzoeken in seconden.

Bootpwait

Stelt een vertraging in tussen de interface-setup en het bootp-verzoek in seconden.

Voorbeeld:

 BootpWait=10
Broadcast

Broadcast-IP-adres

Voorbeeld:

 Broadcast=10.10.255.255
BrokenModules

Kommagescheiden lijst van modules die niet tijdens de initialisatie zullen worden geladen.

Voorbeeld:

 BrokenModules=module1,module2,module3
Buffers
Cached
Cdrom
CDROMDevice

Definieert het optische station dat gebruikt zal worden als installatiebron.

Voorbeeld:

 CDROMDevice=/dev/hdc
 cdromdevice=hdc
Console
ConsoleDevice

Naam van console-apparaat.

Voorbeeld:

 ConsoleDevice=/dev/tty9
_DebugWait

intern

Disks
Display

alleen met vensters

Stelt het linuxrc-kleurenschema in

  • 1 - Monochrome weergave [zwart/wit]
  • 2 - VGA-kleuren [blauw/wit] (standaard)
  • 3 - Alternatieve VGA-kleuren [groen/wit]

Voorbeeld:

 Display=3
Display_IP

IP-adres van de X-server voor een installatie op afstand via X11

Voorbeeld:

 Display_IP=10.10.1.57
Demo
DHCP

niet langer van toepassing alleen commandoregel

Start de DHCP-client onmiddellijk.

DHCPCD
DHCPSIAddr

alleen DHCP

Alias voor Server

DHCPTimeout

Timeout voor DHCP-verzoeken in seconden.

DNS

alleen DHCP

Alias voor Nameserver.

Domain

ook via DHCP

Domeinzoekpaden voor DNS.

Voorbeeld:

 DNS=suse.de
DoSCSIRename

SCSI-apparaten zodanig ordenen dat USB- en Firewire-apparaten als laatste komen.

Waarden:

0,1
DriverUpdate

Vraag om de schijf met een stuurprogramma-update.

Waarden:

 0,1
DUD

Alias voor de parameter DriverUpdate.

ESCDelay
ethtool

Voer ethtool uit voor één of alle netwerkinterfaces. Ethtool kan de instellingen van ethernetkaarten wijzigen. Zie man ethtool voor details.

Opmaak

[if0=]optie

Voorbeeld:

 "ethtool=eth0=duplex full" (alleen toepassbaar op eth0)
 "ethtool=speed 10" (toepasbaar op alle netwerkinterfaces)
Exec

Voert een aanvullend uitvoerbaar bestand uit.

Voorbeeld:

 Exec=/usr/bin/top
Expert

niet langer van toepassing

Combineert Textmode en DriverUpdate

Waarden:

 0 genegeerd
 1 tekstmodus activeren
 2 vraag om schijf met stuurprogramma-update
 3 beide
FloppyDevice

Diskettestation. In huidige versie uitgeschakeld.

Opmaak:

 [/dev/]fdx

Voorbeeld:

 FloppyDevice=/dev/fd0
 FloppyDevice=fd1
Floppydisk
Font
Fontmagic
ForceInsmod

Gebruikt insmod-optie -f (force) bij het laden van kernelmodules.

Waarden:

 0, 1
ForceRootimage

Forceert het laden van hoofdimage in een RAM-disk.

Waarden:

 0 laden in RAM-disk niet forceren
 1 laden in RAM-disk niet forceren
Gateway

ook via DHCP

Dit specificeert de gateway waarlangs de installatieserver kan worden bereikt als deze zich niet bevindt in het subnetwerk van de host.

Voorbeeld:

 Gateway=192.168.1.1
HasPCMCIA
HostIP

Specificeert het statische IP-adres van de host. Het aantal netwerkbits kan worden bijgevoegd, zodat u geen extra netmask-parameter nodig heeft.

Voorbeeld:

 HostIP=192.168.1.101

Of als u ook netmasker 255.255.255.0 wilt opgeven:

 HostIP=192.168.1.101/24
Hostname

Volledig gekwalifiseerde hostnaam.


HWAddr
HWDetect

Bestuurt de hardwaredetectie

Waarden:

 0 (uit), 1 (aan)
Info

alleen commandoregel

Bestand waaruit parameters gelezen moeten worden.


Initrd

Definieert initrd (initiële RAM-disk) die gebruikt wordt om het systeem op te starten nadat de kernel is geladen. Initrd bevat stuurprogramma's (bijv. bestandssysteem-stuurprogramma's) die de kernel nodig heeft om het hoofdapparaat aan te koppelen. Zie ook Initrd bij Wikipedia.org]

Voorbeeld:

 initrd=/boot/initrd-2.6.18
 initrd=(hd0,0)/boot/initrd
InitrdID

Forceert het ID van initrd naar een opgegeven waarde. linuxrc vergelijkt de ID's van initrd en instsys met elkaar en gaat pas verder als beide gelijk zijn.

InitrdModules

Lijst met aanvullende modules om in de initrd van het geïnstalleerde systeem te plaatsen.

Insmod

Specificeert een module die door de kernel geladen moet worden, inclusie eventuele noodzakelijke parameters. Moduleparameters moeten met spaties van elkaar worden gescheiden. Zie ook parameter 'ForceInsmod

Install

Specificeert de installatiebron als een URL-adres. Mogelijke protocollen zijn file, nfs, ftp, smb (alias: cifs), http, tftp, cd (alias: cdrom), floppy, hd (aliasen: harddisk, disk), dvd, cdwithnet en slp. TDe URL-syntaxis komt overeen met de algemene vorm die ook in webbrowsers wordt gebruikt.

Voorbeeld:

 Install=nfs://<server>/<map>
 Install=ftp://[gebruiker[:wachtwoord]@]<server>/<map>
 Install=http://192.168.3.25/install/openSUSE-current/
InstallDir

Locatie van een uitgepakt installatiesysteem binnen de installatiebron. Dit kan worden gebruikt voor het opsporen van fouten in nieuwe functionaliteit van installatiesystemen, bijv. voor een installatiesysteem waarbij u FrozenBubble kunt spelen tijdens de installatie.

InstMode

Installatiemodus.

Waarde:

 cd CD-ROM
 hd harde schijf
 nfs NFS
 smb Samba/CIFS
 ftp FTP
 http HTTP
 tftp TFTP
InstsysComplain

Bepaalt wat initrd doen moet als de ID's van instsys en initrd niet overeen komen.

Waarden:

 0 negeren
 1 waarschuwing weergeven
 2 afbreken met een foutmelding

Bij niet-beta-systemen staat deze parameter standaard op 0 (negeren).

InstsysID

Forceert de ID van instsys naar een opgegeven waarde. linuxrc vergelijkt de ID's van instsys en initrd en gaat pas verder als beide identiek zijn.

IPAddr

alleen DHCP

Alias voor parameter HostIP.

KBDTimeout

alleen met vensters

Toetsenbord-timeout in seconden. De tijd waarna linuxrc verder gaat met de standaardwaarden als er geen invoer is ontvangen. Standaard is 0 (uit)

KernelPCMCIA

Kiest tussen kernel- en externe PCMCIA-ondersteuning. Effectief kiest ze tussen kernelmodules yenta_socket en i82365.

Waarden:

 0 extern
 1 kernel
Keyboard

een dummy-parameter. Altijd ingesteld op 1.

Keytable

De te laden toetsenbordindeling voor virtueel console.

Voorbeeld:

 Keytable=fr-latin1
Lang

Alias voor parameter Language.

Language

Voorgeselecteerde taal voor de installatie.

Voorbeeld:

 Language=nl_NL
 Language=de_DE
 Language=fr_FR
 Language=cs_CZ
Linemode

Activeert line-mode. Bruikbaar op domme terminals.

Voorbeeld:

 linemode=1
linuxrc

Kommagescheiden lijst met tenminste twee argumenten waarvan de één bepaalt of de commandoregelargumenten zullen worden genegeerd ("nocmdline") en de ander een onbekende functie uitvoert ("reboot").

LinuxrcDebug
LinuxrcLog
LinuxrcSTDERR

Apparaat waarop de foutmeldingen worden weergegeven. Standaard is dat /dev/tty3.

Listen
Live

niet langer van toepassing

Kommagescheiden lijst van Live-evaluatie-gerelateerde argumenten:

 new of clean maken een nieuwe Live Eval-configuratie aan
 nodisk maakt een nieuwe Live Eval-configuratie aan zonder
 deze op harde schijf te plaatsen
 [-]autopart [niet] automatisch een partitieschema aanmaken
 [-]autoswap [niet] automatisch de swap-ruimte activeren
LiveConfig

Pad naar bestand met Live Eval-configuratie.

LiveSRC

Apparaatnaam (zonder /dev) van het apparaat dat de gegevens voor de live-evaluatie bevatten. Standaard is CDROMDevice.

Voorbeelden:

 LiveSRC=hda
 LiveSRC=sdc1
Locale
Loghost

Syslog-hostnaam.

LogLevel

Logniveau van kernel instellen.

Waarden:

 1 - 8

1 is de standaard voor seriële consoles, 7 voor alle andere consoles.

LXRCDebug

Bepaalt hoe gedetailleerd de debug-uitvoer van linuxrc is

Waarden:

 0 geen debug-uitvoer
 ...
 4 maximum debug-uitvoer

Standaard is 0.

Manual

linuxrc in handmatige modus starten.

Waarden:

 0 automatisch modus
 1 handmatige modus
 2 handmatige modus met oude netwerk-setup-code (10.2 en nieuwer)
MemFree
MemLimit

Hoeveelheid vrij geheugen in kB waaronder linuxrc de gebruiker zal vragen een swap-partitie op te geven.

MemLoadImage

Hoeveelheid vrij geheugen in kB waaronder linuxrc de hoofdimage niet in het RAM-geheugen zal kopiëren.

MemModules

Hoeveelheid vrij geheugen in kB waaronder linuxrc alle kernelmodules zal verwijderen voordat YaSt wordt gestart.

MemTotal
MemYaST

Hoeveelheid vrij geheugen in kB waaronder linuxrc YaSt in tekstmodus zal starten.

MemYaSTText

Hoeveelheid vrij geheugen in kB waaronder linuxrc de gebruiker zal vragen een swap-partitie op te geven voordat YaSt wordt gestart.

MinMemory

Hoeveelheid geheugen in kB waaronder linuxrc zal weigeren op te starten. Standaard is 0.

ModuleDelay

Wacht enkele seconden voordat elke module wordt geladen. Handig voor wanneer uw hardware nogal traag is.

Voorbeeld:

 # wacht 5 seconden
 ModuleDelay=5

Standaard is 0.

ModuleDisks

Activeert optie om meer kernelmodules van een diskette te laden.

Waarden:

 0 (uit), 1 (aan)
Nameserver

IP-adres van DNS-naamserver.

Voorbeeld:

 Nameserver=192.168.1.1
NetConfig
Netdevice

Specificeert de interface die of het hardware-adres dat linuxrc zou moeten gebruiken voor de installatie als er op de installatiehost meerdere netwerkinterfaces beschikbaar zijn. Jokertekens zijn toegestaan.

Voorbeeld:

 Netdevice=eth1
 Netdevice=00:09:1a:34:7d:69
 Netdevice=*:69
Netmask

ook via DHCP

Statisch IP-adres van netmasker van de installatiehost.

Netretry

Netretry=N zal proberen om alle netwerkverbindingen N maal op te bouwen (bijv. tijdens het proberen de FTP-server te bereiken). Dit is vooral bedoeld voor het opsporen van netwerkproblemen.


NetSetup
_NetStop

intern

NetUniqueID
NetWait
Network

ook via DHCP

NewID
NFSPort
NFS.RSize
NFS.TCP
NFS.WSize
NoPCMCIA

niet langer van toepassing

Start de PCMCIA-kaartbeheer niet. Deze optie is mogelijk niet langer bruikbaar.

NoShell

Geen shell starten. Standaard start linuxrc /bin/bash op /dev/tty2, /dev/tty9 en als het geheugen het toelaat (dus zo'n beetje altijd) ook op /dev/tty5 en /dev/tty6.

Zie ook parameters MemLimit, MemYaST en MemYaSTText.

Voorbeeld:

 noshell=1
nosshkey
Options
Partition

Naam van blokapparaat van installatiebron voor installatie vanaf de harde schijf.

Voorbeeld:

 Partition=/dev/hda1
Password

Wachtwoord voor netwerkverbinding met de installatieserver. Zie ook parameter Username.

PCMCIA
Pointopoint
Port
Product
ProductDir
Proxy

Definieert een proxy-server voor de protocollen FTP en HTTP.

Voorbeeld:

 Proxy=192.168.32.1
ProxyPort

Definieeert de TCP-poort voor de proxy als deze niet de standaardpoort 3128 gebruikt.

Voorbeeld:

 ProxyPort=8080
ProxyProto
RamDiskSize
Reboot
Rescue

Het reddingssysteem laden.

Waarden:

 1 laadt het standaard reddingssysteem
 [URL] laadt een specifiek reddingssysteem, bijv. nfs://server/map
RescueImage

Locatie van de image van het reddingssysteem binnen de installatiebron.

ro

Zie ook parameter rw.

Root

Stel het hoofdapparaat in dat aangekoppeld zal worden als /. Dit dient een blokapparaatbestand te zijn.

Voorbeeld:

 root=/dev/sda3
RootImage

Locatie van hoofd-image (image van installatiesysteem) binnen de installatiebron.

RootImage2
RootPassword

Linuxrc vraagt naar het wachtwoord van root.

Voorbeeld:

 RootPassword=ask
RootPath

alleen DHCP

rw

Zie ook parameter 'ro.

Screenmap

Achterhaald, gebruik deze niet (hij doet niet wat u waarschijnlijk denkt -- als u al iets kunt verzinnen dat hij zou doen ;) ).


SCSIBeforeUSB
SCSIRename
Server
Serverdir

Basismap van de installatiebron op de installatieserver.

Voorbeeld:

 Serverdir=/install/10.1-armv4l
SetupCmd
SetupNetIF
Share
ShowOpts
Sourcemounted
Splash

Bepaalt of er een opstartscherm wordt gebruikt tijdens de initialisatie

Voorbeeld

 Splash=silent
 Splash=verbose
SSH

Alias voor parameter UseSSH.

SSHPassword

Dit stelt het wachtwoord in voor gebruiker root voor het inloggen op de SSH-server tijdens de installatie als 'UseSSH is gezet. Dit is niet het wachtwoord van het systeem dat geïnstalleerd wordt. Zie RootPassword.

Voorbeeld:

 SSHPassword=12345678
StartShell

Start op naar het installatiesysteem en start daarna een shell. Wacht totdat de gebruiker de shell afsluit. De gebruiker kan het installatiesysteem aanpassen, partities (opnieuw) aankoppelen of handmatig de YaST-installatie starten met /usr/lib/YaST2/startup/YaST2.First-Stage.

Voorbeeld:

 StartShell=1
StaticDevices
SuSE

Maakt een nieuw /var/lib/ego.dll-bestand aan op het doel systeem. Dit bestand bevat alleen de bedrijfsnaam om indexing-robots te verwarren. De bestandsgrootte is afhankeiljk van de beschikbare ruimte en het aantal geïnstalleerde pakketten op het doelsysteem.

SwapTotal
SwapFree
TERM

type terminal waarop linuxrc draait

Voorbeeld:

 TERM=dumb
_TestMode

intern, alleen configuratiebestand

_TestPivotRoot

intern

Textmode

Activeert het starten van YaST in tekstmodus. Anders wordt YaST in Qt gestart indien mogelijk.

Voorbeeld:

 Textmode=1
TFTPTimeout

Timeout in seconden voor TFTP-verbindingen.

_TmpFS

intern alleen commandoregel

UpdateComplain
UpdateDir
UpdateExpected
UpdateID

alleen configuratiebestand

UpdateName
UpdatePriority

alleen configuratiebestand

UpdateStyle
USBWait

Aantal seconden om te wachten na het laden van USB-modules.

UseDHCP

Als er een automatische netwerkinstelling vereist is definieert dit of DHCP of BOOTP gebruikt dient te worden. Standaard is DHCP.

Voorbeeld:

 # use BOOTP
 UseDHCP=0
UsePivotRoot
Username

Gebruikersnaam voor de netwerkverbinding met de installatieserver. Zie ook parameter Password.

UseSSH

Deze parameter activeert toegang tot linuxrc via SSH tijdens het uitvoeren van de installatie met YaST in tekstmodus of via X11-forwarding. Gebruik ssh -X root@hostnaam of ssh -Y root@hostnaam voor X11-forwarding.

 Waarden:
 0 (uit), 1 (aan)
UseVNC

Alias voor parameter VNC.

VGA

Definieeert een VGA-modus voor de framebuffer.

Voorbeeld:

 vga=0x31a
 vga=normal
VNC

De parameter VNC activeert het installatieproces via VNC. Dit maakt de installatie eenvoudiger op hosts die geen of niet echt bruikbare lokale console hebben. Indien ingeschakeld zal er een VNC-server worden geactiveerd op de installatiehost. Zie ook VNCPassword.

Voorbeeld:

 VNC=1 enable VNC
 VNC=0 disable VNC (default)
VNCPassword

Dit stelt het VNC-wachtwoord in voor een installatie via VNC.

Voorbeeld:

 VNCPassword=12345678
WaitReboot
WithiSCSI
WlanAuth
WlanESSID
WlanKeyAscii
WlanKeyHex
WlanKeyLen
WlanKeyPass
WorkDomain

Werkdomein voor installatie via Samba/CIFS.

YaST2update
YaST2color
WorkDomain
xxx

Doet niets behalve de variabele xxx instellen.

Zen
ZenConfig
Zombies

Speciale parameters voor S/390 en zSeries

Parameter Beschrijving
CTCProtocol

Het te gebruiken CTC-protocol.

Waarden:

 0 compatible
 1 extended
 2 z/OS
DataChannel

CCW-gegevenskanaal voor CU3088- en QDIO-apparaten

Opmaak:

 h.h.hhhh
InstNetDev

Netwerkapparaat om vanaf te installeren.

Waarden:

 osa OSA-2 of OSA Express
 hsi Hipersocket
 ctc CTC (niet langer van toepassing)
 escon ESCON (niet langer van toepassing)
 iucv IUCV (niet langer van toepassing)
IUCVPeer

Naam van peer voor IUCV-networking.

Layer2

Zet OSI layer 2-toegang aan voor OSA Express-ethernetinterfaces.

Waarden:

 0 (uit), 1 (aan)
OSAHWAddr

geïntroduceerd in SLE10 SP1
Handmatige MAC-adresinstelling voor Layer 2-geactiveerde OSA-apparaten. Onthoud dat dit verschilt van HWAddr, welke het standaard MAC-adres bevat dat door linuxrc is gedetecteerd.

Voorbeeld:

 OSAHWAddr=11:22:33:44:55:66
OSAInterface

Software-interface voor OSA-apparaten.

Waarden:

 qdio QDIO
 lcs LCS
OSAMedium

Fysiek medium voor OSA-apparaten.

Waarden:

 eth Ethernet
 tr Token Ring
Portname

Poortnaam voor OSA-apparaten.

ReadChannel

CCW read channel voor CU3088- en QDIO-apparaten.

Opmaak:

h.h.hhhh
WriteChannel

CCW write channel voor CU3088- en QDIO-apparaten.

Opmaak:

h.h.hhhh

Speciale parameters die linuxrc niet zelf afhandelt

Parameter Beschrijving
Mem

Definieert de maximum hoeveelheid RAM-geheugen dat door het installatieprogramma zal worden gebruikt. Dit is bruikbaar voor het testen van de geheugenvereisten van het installatieprogramma.

Voorbeeld:

 mem=128M
Y2_BRAILLE

Deze omgevingsvariabele zet de stijl van de tekstmodus-interface van het installatieprogramma op 'braille', oftewel geoptimaliseerd voor slechtziende personen. Gebruik deze variabele in combinatie met 'textmode=1'

Voorbeeld:

 Y2_BRAILLE=1
Y2DEBUG

Zet alle debugging-meldingen van YaST aan. Deze meldingen worden gelogd in het bestand /var/log/YaST2/y2log, gemarkeerd met <0>. Deze parameter wordt door YaST zelf afgehandeld en kan ook worden gebruikt op de commandoregel als u een YaST-module start.

TERM

Deze omgevingsvariabele beïnvloedt de kleurenstijl die gebruikt wordt tijdens de installatie in tekstmodus. Bijv. TERM=xterm zet het thema op xterm, sommige TERM die geen ondersteuning voor kleuren bieden zullen het monochrome thema gebruiken. Wanneer niet ingesteld zal het standaardthema linux worden toegepast. Wees voorzichtig met het toepassen van een TERM-waarde, controleer of het een geldig terminfo-item heeft. Anders kan de installatie worden afgebroken.

Beschikbare terms zijn te vinden in de map /yast/instsource/inst-sys/usr/share/terminfo - het installatiesysteem heeft een andere set beschikbare terms dan een draaiend systeem. Om een monochrome term te krijgen, gebruik linux-m.

Gebruik deze parameter samen met textmode=1.

Voorbeeld:

 TERM=xterm
 TERM=linux-m
ZYPP_FULLLOG

Zet het logniveau voor LibZYPP op de hoogste waarde. Handig voor het opsporen van fouten in producten en afhankelijkheidsproblemen in pakketten en patches. Deze variabele kan ook gebruikt worden op een draaiend systeem, voor het starten van een YaST-module.

Voorbeeld:

 ZYPP_FULLLOG=1                           # Linuxrc
 ZYPP_FULLLOG=1 /sbin/yast2 online_update # Draaiend systeem
Afkomstig van openSUSE NL, de Vrije Encyclopedie. "http://nl.opensuse.org/Linuxrc"